Door Marije Stekelenburg vanuit Zuid-Afrika.
Marije heeft in januari 2009 Leidsche Rijn voor 2,5 jaar verlaten en vertelt ons (bijna) wekelijks over haar leven in Vinex Kaapstad.
Deze jongen van net 25 jaar is vader van een zoon van zes maanden. Zijn kindje heet Vincent en hij noemt zichzelf naar zijn zoon omdat wij (blanken) zijn echte naam vaak niet kunnen uitspreken. Hij werkt drie dagen per week bij ons. Op dinsdag, donderdag en zaterdag. Hij doet alles, zorgt voor de tuin, maakt het huis schoon, wast de auto’s, strijkt en let op de kinderen. Deze zeer vriendelijke jongen behandelt mij als een koningin. Hij stelt zich nederig op en als ik hem wat vraag spreekt hij mij aan met “madam”. Al klinkt het meer als mam, als hij het uitspreekt. De eerste keer dat hij hier was wilde hij van me weten hoe ik graag de bedden opgemaakt wilde hebben. Hij vroeg me met nadruk niet tegen hem te schreeuwen als hij het niet goed deed in mijn ogen, maar om het hem rustig uit te leggen. Ik dacht gelijk; jongen je denkt toch niet dat ik ooit tegen je zal schreeuwen als mijn bed niet naar behoeven is opgemaakt!?! Hij zal wel anders gewend zijn.
Het voordeel van deze jongen is dat hij goed verstaanbaar engels spreekt. Dat is nog wel eens anders. Hij was in Malawi leraar en werkte daar voor 300 Rand per maand. Dat is iets minder dan 30 Euro. Hij zag daar geen toekomst in en vertrok, op zoek naar een beter bestaan. Hij vindt dat hij dat bestaan gevonden heeft. Hij werkt ook nog drie dagen bij een ander gezin en heeft op zondag vrij.
Ik heb hem één keer thuisgebracht en hij heeft me zijn “huis” laten zien. Het is een krotje van krap 6 vierkante meter. Hij woont daar met zijn vrouw en zijn zoontje. Ik zag geen stromend water, geen keuken en geen ramen. Ik zag een tweepersoons bed, een koelkast, een televisie en hij heeft een mobieltje. Dat is zijn bezit! Dat is alles wat deze jongen heeft. Het is gek, want hij ziet er verzorgd uit, heeft altijd schone kleren aan en hij heeft een prachtig gebit.
Ik zorg ’s middags voor zijn lunch. Dat is gebruikelijk en ik moet eerlijk bekennen dat ik het ook een prettig idee vind dat ik weet dat hij in ieder geval één goede maaltijd heeft gehad op een dag. In het begin haalde Maarten hem ’s morgens op, vlakbij de school van de kinderen en bracht ik hem om 16.00 uur tot onderaan het township. Nu heb ik hem mijn fiets “te leen” gegeven. We hebben het maar op lenen gehouden, omdat je toch niet weet of hij hem anders misschien verkoopt. Nu is hij wat mobieler en kan hij met eigen vervoer hier komen en ook zelf weer terug. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen hem twee keer per dag dat rot stuk te laten lopen. Dit lijkt mij een goede oplossing. Voor zijn kindje koop ik af en toe wat kleertjes. Ik schuif af en toe wat brood, fruit en yoghurt naar hem toe, dat mag hij dan mee naar huis nemen voor zijn vrouw en kindje. Ik sta hier nog zo vers in dat mijn mond af en toe echt openvalt van wat ik allemaal zie. De andere Nederlanders die hier al een tijdje wonen, zeggen dat je het op een gegeven moment niet meer ziet. Ik ben benieuwd hoe ik er over een half jaar tegenaan kijk.
Vincent komt om 8.30 uur en begint meteen te werken. We hebben hem gezegd dat hij altijd een stuk fruit mag pakken, of water uit de koelkast. Nog nooit heeft hij iets gepakt. Als ik weg ben laat ik hem alleen in ons huis en ondanks alle rijkdom die hij bij ons ziet pakt hij nooit iets. Ik laat regelmatig mijn portemonnee slingeren en ik let ook niet op waar ik mijn mobiele telefoon of I Pod laat liggen. Hij is betrouwbaar en dus bijzonder. Hij heeft een avond op de kinderen gepast en dat ging uitermate goed. Ik had eten voor hem klaargezet. Het bord was enorm en zelfs voor Maarten zou het teveel zijn geweest. Het was helemaal op! Manoek, mijn oudste, zei dat hij echt alles had opgegeten. Ik hoop niet dat hij er buikpijn van heeft gehad. Het doet pijn om dit allemaal te zien en het maakt mij elke keer opnieuw bewust van mijn eigen rijkdom. Als mijn kinderen bij het avondeten weer eens zitten te mekkeren dat ze iets niet lusten en niet willen eten, schiet ik wel eens uit mijn slof. Ik had er al een hekel aan om eten zo in de prullenbak te kieperen, maar hier vind ik dat helemaal “not done”. Ik vraag de kinderen dan of ze wel goed hebben gekeken naar de krotten aan de andere kant van de berg. Of ze denken dat ze daar ook eten weggooien? Of dat ze misschien hartstikke blij moeten zijn dat ze elke dag te eten hebben. Soms helpt het, maar ach, het zijn ook maar gewoon mijn Westerse kinderen.
Ik merk dat ze er wel meer over nadenken. De arme mensen lopen hier, hebben geen auto. Toen Opa Jan en Ellie hier waren hebben de kinderen met hun een stukje van de dierentuin naar ons huis gewandeld. Manoek had gelijk gevraagd of andere mensen nu zouden denken dat hij ook arm was. Dat is aandoenlijk. De kinderen denken zo puur.
Vincent mag zich gelukkig prijzen. Niet zo zeer met ons, maar met het feit dat hij voor zes dagen in de week werk heeft en niet ’s morgens langs de straat hoeft te zitten wachten. Op deze manier kan hij voor zijn gezin zorgen. En al weet ik dat ik “de markt” niet mag verpesten, ik blijf hem gewoon wat extra’s toestoppen zo nu en dan.
Tot volgende week!
Aangenaam!
Hij luistert naar de naam Vincent, maar eigenlijk heet hij Kumbukan. Hij komt oorspronkelijk uit Malawi en woont nu met vrouw en kind hier in Mandela Park. Wij zijn nu zijn toekomst. Dat is raar!






















































